Windmolenparken druisen in tegen Europees recht

WEST-FRIESLAND – In 2010 stelde de Rijksoverheid landelijke normen vast voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid van windturbines met het doel de besluitvorming over de bouw van windparken te versnellen. Weg met alle vertraging door gekissebis over lokale voorschriften en weg met bezwaar en beroep van lastige burgers. Maar – en dat is de ware oorzaak van de losse schroeven waarop het beleid staat – die landelijke normen werden vastgesteld zonder een door het EU recht geëiste “milieueffectrapportage”(MER). Dat is niet alleen een juridisch defect, maar – veel belangrijker – het betekent dat die nieuwe normen werden vastgesteld zonder onderzoek naar de gevolgen voor milieu en mens. Ook niet voor wat betreft de effecten op welzijn en gezondheid van omwonenden.

Het duurde tot de uitspraak van 30 juni voordat deze ‘truc’ onderuit werd gehaald. Dat deed de Raad van State niet op eigen initiatief, maar omdat de Raad na het Nevele arrest van het Europese Hof geen keuze had. En dus moet er alsnog een MER worden opgesteld en mogen er pas daarna nieuwe voorschriften worden vastgesteld. Daarin komen nu wel de effecten van windturbines op welzijn en gezondheid van omwonenden aan de orde. Begrijpelijk dat actiegroepen blij zijn met de 30 juni uitspraak.

Vragen van mw. W. van Soest (50PLUS/Partij van de Ouderen) over Windmolenparken druisen in tegen Europees recht

  1. Is het college van GS bekend met het artikel ‘Bouw tientallen windmolenparken onzeker, actiegroepen tegen windenergie blij’ van Trouw?
  2. Erkent het college van GS dat EU-recht boven nationaal recht gaat? Zo nee, waarom niet?
  3. Erkent het college van GS daarom dat vergunningen, die naar nationaal recht onherroepelijk zijn geworden, dat zo maar niet meer zijn als ze zijn gebaseerd op besluiten die in strijd zijn met het EU recht? Zo nee, waarom niet?
  4. Waarom heeft het college van GS de instructie van de EU op de SMB richtlijn genegeerd?
  5. Gaat het college van GS deze voortaan wel uitvoeren? Zo nee, waarom niet?
  6. De overheid heeft een in de Grondwet verankerde plicht om de gezondheid van de burgers te bevorderen. En niet om die te schaden. Kan het college van GS deze plicht nogmaals bevestigen en daarbij aantekenen dat zij deze onverkort zal naleven? Zo nee, waarom niet?
  7. Na een recente uitspraak van de Raad van State blijken initiatiefnemers van windmolenparken een essentiële milieutoets te missen. De hoogste bestuursrechter keurde eind juni het Groningse windturbineplan af. Het project voldeed niet aan Europese regels, omdat een milieutoets naar eventuele overlast door geluid en slagschaduw ontbrak. Wat voor het Groningse windproject geldt, blijkt volgens een ‘monitor’ van windenergie ook van toepassing op zo’n 25 andere turbineplannen, waarvan de vergunning nog niet onherroepelijk was afgehamerd. Dit is ook in Noord-Holland het geval. Wat is de reactie van het college van GS hierop?
  8. Dat de milieutoets op orde komt is aan de landelijke overheid. Het Rijk moet die keuring, inclusief normen voor geluid en overlast, in de vergunningverlening opnemen, zo concludeerde de Raad van State. Schort het college van GS, hangende het opstellen van de milieutoets en het uitvoeren ervan op de Noord-Hollandse situatie, alle plannen voor het bouwen van windturbines in onze provincie op? Zo nee, waarom niet?
  9. Volgens de staatssecretaris kunnen gemeenten zelf aan de Raad van State-uitspraak voldoen, door eigen milieutoetsen te regelen voor een windmolenaanvraag. Dat lijkt echter niet te kloppen. De Raad van State greep namelijk terug op een uitspraak van de rechter In België, die in 2020 al een milieutoets verplicht stelde. De Belgische regering denkt een jaar of drie nodig te hebben om de milieutoets op orde te krijgen. Wat is de reactie van het college van GS hierop?
  10. De uitspraak van de Raad van State zet voor actiegroepen tegen de plaatsing van windturbines en inwoners die hier enorme gezondheidsschade en hinder van zullen ondervinden, de deur open om bezwaren en intrekkingsverzoeken in te dienen. Kan het college van GS ons garanderen dat al deze bezwaren en intrekkingsverzoeken netjes en inhoudelijk in behandeling zullen worden genomen en de bezwaarmakers van inhoudelijke antwoorden voorzien worden? Zo nee, waarom niet?