Opmeerse coalitie wil Ozb gaan verlagen

OPMEER – Ze zijn er uit, het ministerie en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. In 2022 komt er een extra 1.3 miljard euro naar de gemeenten in Nederland om de tekorten op de Wmo op te vangen, deze 1.3 miljard komt boven op de al eerder toegezegde 300 miljoen.

Sinds de overgang van de Wmo/Jeugdzorg van het Rijk naar de gemeenten en de bezuinigingen die het kabinet daarop doorvoerde omdat ‘de gemeenten toch dichterbij de mensen staan’ is de Wmo en dan vooral de jeugdzorg het stiefkindje van de gemeenten. Met het extra geld dat ook richting de gemeente Opmeer gaat komen, de hoogte is nog niet bekend, zal de begroting er ook een stuk florissanter uitkomen te zien.

De drie partijen, CDA, PvdA en GemeenteBelangen die samen de coalitie vormen hebben nu plannen om het college op te dragen met spoed uit te rekenen hoever de Ozb in Opmeer omlaag kan. In de gemeente Opmeer ging de Ozb met ruim 40% omhoog, de hoogste stijging van alle gemeenten in Nederland.

Overdacht Wmo van Rijk naar Gemeenten niet goed gegaan.

Gemeenten en Rijk zijn het eens dat scherpere keuzes en een meer doelmatige uitvoering nodig zijn om het jeugdstelsel, ook op de lange termijn, beter en houdbaar te maken. De uitgaven aan de jeugdzorg moeten beheersbaar zijn, er moet effectieve zorg beschikbaar zijn voor kinderen die dat nodig hebben en gemeenten moeten hun taken goed kunnen uitvoeren. Dat is een grote gezamenlijke opgave. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. Het oordeel van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng.

Hervormingsagenda

Gezien de urgentie van het onderwerp wordt, vooruitlopend op de besluitvorming van het nieuwe kabinet, nu al gestart met het nemen van maatregelen en het voorbereiden van een beter houdbaar jeugdstelsel op de lange termijn. Het Rijk en de VNG committeren zich eraan om gezamenlijk te komen tot een hervormingsagenda, waarin afspraken worden gemaakt over maatregelen en een structureel financieel kader die leiden tot een stelsel waarin zorg beschikbaar is voor kinderen die dat echt nodig hebben, gemeenten betere uitvoeringskracht hebben en er meer inzicht komt in informatie zoals gebruik van jeugdzorg, uitgaven en wachttijden. Ook wordt gestart met de voorbereiding van aanpassing van wet- en regelgeving waar een nieuw kabinet definitief over moet besluiten. Dit gebeurt samen met andere relevante partijen, in het bijzonder zorgaanbieders, beroepsorganisaties, cliëntenorganisaties en toezichthouders. Ook ervaringsdeskundigen worden geraadpleegd.

Reageer op dit onderwerp