WF Nieuws

Een oorlogsfregat en ander scheepsverkeer in stormachtig weer (Olfert de Vrij)

Westfries Museum exposeert nieuwe aanwinsten

HOORN – Bij zijn dood liet de 17e-eeuwse Hoornse penschilder mr. Olfert de Vrij ruim dertig werken na. Van slechts drie is de huidige verblijfplaats bekend. Eén daarvan, Een oorlogsfregat en ander scheepsverkeer in stormachtig weer, is sinds kort terug in Hoorn. Dankzij financiële bijdragen uit het Le Cocq d’Armandville-Plancken Fonds en van de Stichting Vrienden kon het Westfries Museum dit bijzondere penschilderij aankopen. Het hangt nu samen met werken van Willem van de Velde de Oude en Ludolf Bakhuysen, beide uit de collectie van het Rijksmuseum, in een kleine expositie die deel uitmaakt van de tentoonstelling Koele Wateren.  

Het penschilderij is één van de bijzondere recente aanwinsten die het museum vanaf 9 november exposeert.  

Het tekenen met pen en inkt op een geprepareerd paneel of doek bleek vier eeuwen geleden heel geschikt om schepen en zeeslagen gedetailleerd weer te geven. Willem van de Velde de Oude (1611-1693) wordt gezien als de grondlegger van het penschilderij als kunstvorm voor de marineschilderkunst. Hij werd met name bekend om zijn nauwkeurige penschilderijen van verschillende zeeslagen in de Engels-Nederlandse Oorlogen. In 1672 verhuisde hij met zijn zoon naar Engeland. Daar werden de twee hofschilders van koning Charles II. Na hun vertrek werd Ludolf Bakhuysen de eerste marineschilder van de republiek.

Liefhebberij

Olfert de Vrij (1635-1699) was geen schilder van beroep. Hij behoorde als jurist en reder tot de regentenklasse van Hoorn. Hij schilderde uit liefhebberij, maar wist desondanks uit te groeien tot een van de technisch meest begaafde penschilders van de zeventiende eeuw.

De Vrij liet zich inspireren door het werk van de Amsterdammers Willem van der Velde en Ludolf Bakhuysen. De laatste werkte een tijd in Hoorn, waar in de jaren vijftig van de 17e- eeuw met penschilders als Casper van den Bos en Pieter Coopse, een soort Hoornse school ontstond.

De Vrij ontwikkelde echter een heel eigen stijl. Zijn zeegezichten vallen op door hun enorme dieptewerking.

Lot uit de loterij

Bij zijn dood liet De Vrij 33 tekeningen en schilderijen na. Daarvan zijn er nog maar vier bekend, waarvan één slechts uit een beschrijving. Het is volgens Ad Geerdink, directeur van het Westfries Museum dan ook een lot uit de loterij, dat het museum een werk van De Vrij heeft kunnen kopen. Ter gelegenheid van de aankoop heeft de Hoornse kunsthistoricus John Brozius een brochure geschreven : Met olieverf en penseel, het leven en werk van de Hoornse penschilder mr. Olfert de Vrij (1635-1699).

Matthias Withoos 

Een tweede belangrijke aankoop die vanaf 9 november is te zien op een expositie van nieuwe aanwinsten is het werk ‘Sottobosco met landschap en jachtstilleven’ van de 17e-eeuwse schilder Matthias Withoos (1627-1703). Museum Flehite in Amersfoort (de geboortestad van Withoos) en Westfries Museum in Hoorn (de stad waar Withoos werkte en stierf) slaagden er gezamenlijk in dit topstuk van 17e-eeuwse fijnschilderkunst te bemachtigen op een veiling in Wenen.

Afgelopen zomer was het werk in Amersfoort te zien, vanaf 9 november in Hoorn. Een gezamenlijke aankoop van oude kunst komt in de museumwereld niet vaak voor. Hier lag samenwerking voor de hand. Beide musea leenden al vaker stukken van Withoos aan elkaar uit. Withoos woonde vanaf zijn geboorte van 1627 tot 1672 in Amersfoort. Het (protestantse) geloof dwong hem in 1672 te vluchten. Hij vestigde zich in Hoorn, waar zijn vrouw Wendelina van Hoorn vandaan kwam. Hier woonde en werkte hij tot aan zijn dood.

Volgens Ad Geerdink is dat werk vooral zo bijzonder omdat het een sleutelstuk is in het werk van Withoos. Het bevat drie withoosgenres ineen: een landschap, een jachttafereel en een sottobosco (bosgrondje).

Niet alleen hadden de twee musea elk apart het werk nooit kunnen aanschaffen, ook hier bleek steun van derden onontbeerlijk. De aankoop bleek mede mogelijk dankzij bijdragen van  de Vrienden van het Westfries Museum, de Stichting Fonds Bos, Museum Flehite en enkele Amersfoortse particulieren.

Twee kinderen in een landschap

Op een veiling bij Sotheby’s deze zomer, slaagde het museum er ook in het schilderij Twee kinderen in een landschap te verwerven. De schilder van dit werk is onbekend, maar vanwege de kenmerken in stijl is portrettenspecialist dr. Rudi Ekkart er van overtuigd dat het hier om een kinderportret van een Westfriese 17e –eeuwse schilder gaat. Dit werk kon worden gekocht met steun van het Le Cocq d’Armandville-Planckenfonds en de Vrienden van het Westfries Museum.

Kinderportretkunst van Herman Doncker

Met de aankoop van het schilderij Jongen met Paard van de schilder Herman Doncker kreeg het Westfries Museum nog een prachtig voorbeeld van de Westfriese kinderportretkunst in huis. Portretten van kinderen met een paard behoren tot een Westfriese traditie die in 1609 begon. Op dit schilderij is het dwergpaardje uitgegroeid tot een paard dat boven het kind uitrijst. Volgens deskundige Rudi Ekkart is het werk waarschijnlijk in 1646 in Enkhuizen gemaakt.

Toen dit schilderij een tijdje geleden op de TEFAF voor een kwart miljoen euro werd aangeboden, ging dat het budget van het museum ver te boven. Enige tijd later kwam het werk opnieuw te koop, nu bij Sotheby’s. Dit keer kon het museum het wel bemachtigen, dankzij de steun van Stichting Vrienden van het Westfries Museum en Kerkmeijer-de Regt Stichting.

Minutieuse aquarellen van Herman Henstenburgh

In de expositie met nieuwe aanwinsten toont het museum ook twee aquarellen van de 17e-eeuwse schilder Herman Henstenburgh. Bij de geruchtmakende kunstroof in 2005 werden twee werken van Henstenburgh gestolen. Met de aankoop van de twee bijzondere aquarellen met heel nauwkeurig weergegeven afbeeldingen van insecten is in deze leemte voorzien.

Herman Henstenburgh (1667-1726) was een Hoornse kok en pasteibakker en tekende en schilderde als hobby. Hoewel hij met waterverf schilderde, zien zijn schilderijen er bijna uit als olieverfschilderijen. Dat komt omdat hij op perkament aquarelleerde en de kunstenaars in de 17e eeuw de pigmenten met weinig water aanlengden. Daardoor ontstaat een dekkend effect. Het museum kon de aquarellen op een veiling in New York aankopen dankzij steun uit het Le Cocq d’Armandville-Planckenfonds.

Cornelis Springer

Op 8 november werd het museum verblijd met een bijzondere gift. De jubilerende Stichting Oosterkerk schonk ter gelegenheid van het 500-jarig jubileum van de stenen kerk een door hen aangekocht schilderij van Cornelis Springer (1817-1891) aan het museum. Springer schilderde dit Gezicht op de Oosterkerk in 1886. Het schilderij is samen met de voorstudie uit de collectie van het Zuiderzeemuseum te zien in de presentatie met nieuwe aanwinsten.

Heeft u een tip of foto mail deze naar redactie@wfnieuws.nl Vergeet er niet bij te vertellen waar de foto is genomen en waar het overgaat.

Reageer op dit onderwerp